Reactie NVJSA op de kabinetsplannen gefinancierde rechtsbijstand: Advocaten krijgen er 3 euro per uur bij.

De NVJSA heeft afgelopen vrijdag, 9 november 2018, kennis genomen van de kamerbrief van de minister; ‘Contouren herziening stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand’, de toespraak van de minister bij presentatie van de modernisering gesubsidieerde rechtsbijstand en het rapport van het bureau Policy Design Studio, getiteld Rechtsbijstand bij de tijd.

De plannen zijn veelal nog op geen enkele wijze uitgewerkt, vaag en met een hoog gehalte aan onzekerheid. Ten aanzien van het strafrecht wordt bijna niets specifieks opgemerkt, terwijl het strafrecht de grootste gebruiker van het stelsel is. Wij kunnen dan ook niet anders dan concluderen dan dat de plannen in ernstige mate teleurstellend zijn en verdere afbreuk zullen doen aan het stelsel. Vasthouden aan de uitgangspunten uit het regeerakkoord lijkt belangrijker te zijn dan het daadwerkelijk zorgdragen voor een goed stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.

De NVJSA acht het kwalijk dat de suggestie wordt gewekt dat sprake is van perverse prikkels in het stelsel, waarbij de minister er kennelijk ook vanuit gaat dat door advocaten veelvuldig van dergelijke perverse prikkels gebruik wordt gemaakt. Dit terwijl advocaten op basis van hun gedragsregels juist verplicht zijn procedures zoveel mogelijk te voorkomen. Advocaten die binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand opereren verrichten juist zeer veel proceshandelingen zonder dat daar enige vergoeding tegenover staat. Niet alleen heeft deze minister aldus kennelijk weinig vertrouwen in de beroepsethiek van advocaten, ook blijkt hieruit eens te meer dat gedegen kennis van het stelsel en de werkzaamheden die advocaten daarbinnen verrichten ontbreekt.

Ondanks dat in de kamerbrief wel wordt gerefereerd aan de verschillende onderzoeksrapporten, waaronder het rapport van de commissie Van Der Meer, komt nergens in die kamerbrief terug dat de conclusie van dat rapport is dat op korte termijn een investering van 127 miljoen nodig is. De minister merkt op dat de vergoedingen te laag zijn, maar concrete oplossingen, vooral op korte termijn, blijven uit. Uit de plannen volgt dat eerst bezien moet worden of andere voorgestelde wijzigingen leiden tot vermindering van het aantal zaken en dat daarna eventueel de vergoedingen worden aangepast. Dit terwijl de NVJSA en ook andere specialistenverenigingen en de NOVA herhaaldelijk duidelijk hebben gemaakt dat significante investeringen op korte termijn nodig zijn om te voorkomen dat het stelsel onherstelbaar wordt beschadigd.

Het frustreert dat deze minister zich, ondanks alle inspanningen en duidelijke signalen van de verschillende specialistenverenigingen en de NOVA en het rapport van de commissie Van der Meer, doof en blind houdt voor de problematiek en dus niet tot daadwerkelijke oplossingen komt, maar zelfs plannen presenteert die een verslechtering van het systeem behelzen dan wel gebaseerd zijn op onjuiste informatie.

Het enige lichtpuntje in deze plannen lijkt te zijn dat per 1 januari 2019 de vergoedingen worden geïndexeerd, nadat dat overigens jaren niet gebeurd is en de vergoedingen eerder naar beneden zijn gegaan. Dat maakt dat er maar liefst bijna 3 euro per punt bijkomt, een druppel op een gloeiende plaat waarmee de noodzaak om op korte termijn met oplossingen te komen eens temeer wordt miskend.

Voor nadere vragen kan contact opgenomen met Jaap Baar, voorzitter van de NVJSA: 06-53730191. 

Terug